• help

help

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van helpen
    • Ik help. 
  2. gebiedende wijs van helpen
    • Help! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van helpen
    • Help je? 
     'Ik help je wel,' zei ze - aarzelend, in het Spaans, wat verrassend was.[1]
     'Kom, help me eens even.[1]
     Alsjeblieft! Help me!' Gregorio zei niets.[1]

help!

  1. roep om hulp
  1. 1 2 3
    Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704

help v

  1. hulp

help

  1. hulp

help

  1. helpen
  2. bijdragen