- hal·lo
- Leenwoord uit het ?, in de betekenis van ‘tussenwerpsel: uitroep en groet’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1909 [1]
hallo
- groet
- uitroep waarbij men iemand naar de bekende weg vraagt
- formeler:
- informeler:
- Ja hallo!
- Het woord hallo staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "hallo" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "hallo" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- 1 2 Marion Pauw e.a.“4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- Het is een van de Indonesische woorden van Nederlandse oorsprong.
hallo
- verouderde spelling of vorm van halo
hallo
hallo
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van hallar