Nederlands Uitspraak Geluid: bio- (hulp, bestand) Woordafbreking bio- Woordherkomst en -opbouw van het Griekse βίος (bíos; "leven") [1] Voorvoegsel bio- [2] ter aanduiding dat het door het tweede lid genoemde betrekking heeft op levende organismen (biologisch is) Net als bij medisch en eco geldt dat het voorvoegsel bio alles twee keer zo duur maakt. Afgeleide begrippen bio-ecologisch bioakoestiek biobenzine biobrandstofcel biocenologie biocenose biocoenologie biocoenose bioconversie biocriminologie biodegradabel biofarmacie biofilter biofiltratie biofylaxe biofysisch biogarantie biogarde biogeen biogenealogie biogenese biogenesis biogerontologie biogest biohistorica biohistoricus bioindicator biokatalysator biokatalyse biokeramiek biokinetica biokip bioklimatologie biologica biologisch-dynamisch biomagnetisme biomanipulatie biomantie biomarkt biomassaproductie biomathematica biomechanicus biometeorologie biomethanol biomolecule biomonitoring biomorfologie bionaut bioparaatheid bioplasma biopolymeren biopoëse bioproductie bioriseren bioritmica bioritmicus biotechnisch biotechnologisch biotherapie biothermogenese biotiek biotine biotomaat biotoxine biotroop biotype biovarken biowetenschappelijk biowetenschapper Gangbaarheid Het woord 'bio-' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie. Verwijzingen ↑ bio- op website: Etymologiebank.nl ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).