• Duit·ser

deDuitserm

  1. (demoniem) een inwoner van Duitsland
    • Hij maakte op dat feest kennis met een Duitser. 
     En daardoor waren de voorwaarden voor een normale en vriendschappelijke relatie tussen de Noren en de Duitsers zo goed als vernietigd. Koning Haakon en de kroonprins, zijn oude zeilvriend Olav, zaten nu samen met de gevluchte Noorse regering in Londen.[1]
     'Vloek van Pompeï' De directeur is blij dat de erfgenamen van de Duitser het stuk hebben teruggegeven.[2]
     Een andere Karolingische kroniek beschrijft hoe in 842, toen Lodewijk de Duitser en Karel de Kale hun samenwerking bezegelden in de eed van Straatsburg, hun troepen bezig werden gehouden met schijngevechten, die deels dienden als oefening en deels als een vorm van vrijetijdsbesteding.[3]

Duitser

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van Duits
  1. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044628142
  2. Bronlink geraadpleegd op 15-7-2025 Weblink bron “Romeins mozaïekpaneel dat werd gestolen in WO II terug in Pompeï.” (15-7-2025), NOS
  3. Onno van Nijf
    “Sportgeschiedenis” (2021), Athenaeum - Polak & Van Gennep op Wikipedia, ISBN 9789025312275

Duitser

  1. (demoniem) Duitser