Het Derde Rome is een politiek idee dat in de 15e eeuw ontstond in het vorstendom Tver, namelijk dat de stad Tver na het beleg en de val van Constantinopel in 1453 de nalatenschap van het Byzantijnse Rijk en daarmee het Romeinse Rijk kon opeisen.[1] De rivalen van de Tverianen, de Moskovieten, imiteerden dit idee later en begonnen te beweren dat Moskou het Derde Rome was en niet Tver.[1] De theorie is een van de vele varianten van de translatio imperii van het Romeinse Rijk, gebaseerd op theologische interpretaties van de vier koninkrijken van Daniël in het Bijbelse profetenboek Daniël.

Achtergrond

Vorstendommen in de regio Soezdal in de 14e eeuw:

De Soezdalse stadjes Tver en Moskou waren al sinds 1304 aartsvijanden en probeerden elkaar steeds te overtroeven in grandioze politieke aanspraken. Ze deden ook allebei claims op de nalatenschap van het Kievse Rijk (uiteengevallen in 1240), de titel van grootvorst van Vladimir-Soezdal (uiteengevallen in 1262, waar ondertussen het Vorstendom Nizjni Novgorod-Soezdal zich ook nog mee bemoeide tijdens de Grote Troebelen) en het zogeheten Land van de Roes' (een vaag concept van na de jaren 1440 dat iedereen weer anders interpreteerde). De vraag wie er na 1453 de enige echte erfgenaam van de Byzantijnse tradities was, zou slechts de laatste zijn in een lang rijtje van titulaire conflicten tussen Tver en Moskou.[1]

De oorsprong van het idee van een Derde Rome ligt in de Lofrede op Grootvorst Boris Aleksandrovitsj, rond 1453 geschreven door de Tverse monnik Foma (Thomas) voor grootvorst Boris van Tver (r. 1426–1462).[1] Boris wordt zeven keer tsar (caesar) genoemd en 10 keer avtokrator (autocraat), twee typisch Byzantijnse titels voor de keizer van het Oost-Romeinse Rijk.[2] In tegenstelling tot latere Moskovitische pretenties heeft Foma echter nooit de Grieken (Byzantijnen) van apostasie beschuldigd; zolang Constantinopel God niet afvallig zou zijn geworden, was zij (althans in theorie) nog steeds zijn rechtmatige vertegenwoordiger op aarde en de primaat binnen de Oosters-Orthodoxe Kerk.[2] Ook Moskou was nog jaren na de val van Constantinopel terughoudend om de Byzantijnen zodanig te verketteren.[2]

Ivan III van Moskou trouwde in 1472 met Sophia Palaeologus (de nicht van de laatste Byzantijnse keizer Constantijn XI) en deed daarmee een dynastieke gooi naar het erfgenaamschap van het gevallen Oost-Romeinse Rijk.

Vóór Ivan III maakten Stefan Uroš IV Dušan, de koning van Servië, en Ivan Alexander, koning van het Bulgaarse Rijk, die beiden verwant waren aan de Byzantijnse dynastie, vergelijkbare claims, toen in de 14e eeuw duidelijk werd dat het Byzantijnse Rijk op instorten stond. In Bulgaarse manuscripten werd het idee naar voren geschoven dat Veliko Tarnovo, de hoofdstad van het Bulgaarse Rijk, het nieuwe Constantinopel was. Deze plannen werden echter nooit waargemaakt. In 1389 versloegen de Ottomanen de Serven bij de Slag op het Merelveld, en maakten een eind aan het Tweede Bulgaarse Rijk in 1396 met de bezetting van het Despotaat Vidin. De ideeën die in Tarnovo broeiden werden naar Moskou gebracht door Cyprianus, een geestelijke van Bulgaarse afkomst, die in 1381 metropoliet van Moskou werd.

Ontwikkeling

Vaste vorm kreeg het idee pas in 1510, toen de Moskovitische monnik Philotheus van Pskov een panegyrische brief schreef aan grootvorst Vasili III van Moskou, waarin hij expliciet de stad Moskou identificeerde als de opvolger van Rome en Constantinopel als zetel van de vorst van de christenen, de troon van God en de apostolische kerk.[3] Vervolgens schreef hij: "Alle christelijke koninkrijken zijn gevallen en verenigd in het koninkrijk van onze soeverein. Volgens de profetenboeken is dat het Romeinse koninkrijk. Want twee Romes zijn gevallen, maar een derde houdt stand en een vierde zal er niet zijn."[3] Dit is naar alle waarschijnlijkheid een verwijzing naar de vier koninkrijken van Daniël in Daniël 2:37-40.[3]

Aangezien enkele (Oost-)Romeinse prinsessen getrouwd waren met tsaren van Moskou en Moskovië enkele decennia na de val van Constantinopel de machtigste oosters-orthodoxe staat was, begonnen de tsaren zichzelf te promoten als de opvolgers van het Byzantijnse Rijk, als rechtmatige heersers over de (christelijke) wereld. Net als het woord 'keizer' is ook het woord 'tsaar' afgeleid van het woord 'caesar'.

Op 16 januari 1547 werd Ivan IV uitgeroepen tot eerste tsaar van Rusland. Op 2 november 1721 vernieuwde Peter de Grote deze titel tot "Imperator en Autocraat van Heel Rusland". De nieuwe titel moest zowel de traditionele claims van zijn voorgangers weerspiegelen, als het Keizerlijk Rusland als Europese grootmacht meer glans geven.

Einde

Tot het einde van het tsarendom hebben de tsaren pogingen gedaan om Constantinopel te annexeren en om te dopen tot een (orthodox) christelijke stad. De laatste poging hiertoe gebeurde tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen in de lente van 1915 Russische diplomaten een overeenkomst bereikten met de Britse en Franse regering, dat Constantinopel na de oorlog Russisch grondgebied zou worden. De Russische Revolutie van 1917 bekoelde echter de relaties tussen de Russische machthebbers en het westen en de tsaristische Witte legers werden door het Rode Leger van de Sovjets beslissend verslagen tijdens de Russische Burgeroorlog. Tussen 1919 en 1923 werden de buitenlandse machthebbers uit Turkije verdreven onder leiding van de militair Mustafa Kemal Atatürk. Nadat Atatürk president werd, knoopte hij zowel met het westen als met de Sovjets betrekkingen aan en wist zo te voorkomen dat Turks grondgebied nog als diplomatiek wisselgeld zou worden gebruikt.